Daniel Koster
Daniel Koster 20 jan 2016

Een gesprek met architect Daniel Venneman, het creatieve brein achter Tiny Houses

We volgen het Nederlandse Woonpioniers al een tijdje. Zij zijn namelijk bezig met ontzettend toffe projecten. Eén van deze projecten, Het Tiny Houses project, heeft de eerste vruchten afgeworpen in de vorm van het prachtige Porta Palace. Dit is een klein, comfortabel en prachtig rijdend huis. De hoogste tijd om te spreken met Daniel Venneman, één van de drie mannen van de Woonpioniers, vonden wij. Want waarom zijn die zogenoemde Tiny Houses zo hot op het moment? En hoe ziet de toekomst van wonen in overvolle en dure steden eruit?

#Daniel, kun je jezelf even kort voorstellen?

“Yes! Ik ben architect, Woonpionier en mede-oprichter van de Hermit Houses. Wat mij bijzonder maakt, is dat ik zowel ontwerp als bouw wat ik teken. Als kind trok ik er al met een zak boterhammetjes op uit om in het bos in mijn boomhut te gaan wonen. Tegenwoordig realiseer ik mijn droom door unieke woonconcepten te ontwerpen, die biobased worden gebouwd met innovatieve, opschaalbare technieken. Mede dankzij deze jarenlange ervaring heb ik mij ontwikkeld tot expert op het gebied van ecologisch verantwoord bouwen, slimme prefabricatietechnieken en installatietechnieken voor zelfvoorzienende Tiny Houses. Dat doe ik vanuit een eigen werkplaats met een vast team aan medewerkers.”

#Hoe ben je op het idee gekomen om kleine huizen te ontwerpen en te bouwen?

“Als je begint door je af te vragen hoe het wonen in Nederland eenvoudiger, slimmer, duurzamer of flexibeler georganiseerd kan worden, dan is één van de eerste stappen je afvragen of het ook niet gewoon compacter kan. De voordelen zijn legio: Je ‘footprint’ is kleiner. Kleinere woningen zijn eenvoudiger op een gebalanceerde manier het landschap te integreren. Woon je klein, is het gemakkelijker om energetisch zelfvoorzienend te worden. Het is eventueel eenvoudiger zelf te bouwen.

Verschillende mensen claimen daarnaast ook dat je in kleinere woningen bewuster en intenser leeft. Maar, misschien wel het voornaamste, kleiner is vooral ook betaalbaarder. Het lijkt ironisch, maar daarmee geldt dat minder vierkante meter méér vrijheid is! Bouw je klein, dan ben je tevens minder afhankelijk van de traditionele partijen. Het is dus eenvoudigweg gemakkelijker om écht te pionieren.”

#Kun je het proces van het ontwerpen en bouwen van de kleine huizen beschrijven?

“Door architectuur en bouwsystemen in samenhang te ontwikkelen ontstaan betaalbare totaaloplossingen. En door jaren van ontwikkeling beschik ik inmiddels over een hele bibliotheek aan oplossingen. Elk project voegt daar weer iets aan toe. Per opdracht vragen we ons af wat juist déze combinatie van locatie, functie en opdrachtgever uniek maakt. Ook iets als budget komt bij ons direct op tafel. Vervolgens ontwerpen we samen met de klant de slimste strategie, voortbouwend op onze bestaande oplossingsbibliotheek.

Als het om klein wonen gaat vormen slimme interieurconcepten om de beperkte ruimte praktisch vorm te geven inmiddels onze specialiteit. Daar gaat het er om dat de ruimten als een maatpak om de gebruiker(s) heen vallen.”

#Door welke architecten en stijlen laat jij je inspireren?

“Ik denk niet echt in stijlen en architecten die zich uitsluitend focussen op het maken van gelikte plaatjes van dure villa’s. Dit voegt naar mijn idee maatschappelijk weinig toe. Maar er zijn ook genoeg architecten die structureel innoveren en lef tonen en zo grenzen verleggen. Een zeer inspirerend verhaal vind ik bijvoorbeeld dat van Kristoffer Tejlgaard & Benny Jepsen. Ik had het plezier hen eens te ontmoeten toen we gezamenlijk op een designfestival waren uitgenodigd. Twee Deense architecten met een duidelijke missie, die de ‘dome’ uit de hippie-sfeer hebben gehaald en naar de 21e eeuw hebben gebracht. De bioclimatische potenties van domes zijn enorm maar krijgen binnen de reguliere regelgeving geen plaats. In Nederland net zo min als in Denemarken. Zij hebben die discussie echter helemaal opengebroken, simpelweg door te laten zien dat het anders kan. Dergelijke frictie is natuurlijk ook hier in Nederland te vinden als het gaat om klein bouwen en bouwregelgeving.”

#Woon je zelf in zo’n klein huis of ben je er al mee op reis geweest?

“Ik bouw mijn meeste huizen voor anderen, maar ik logeer wel zo af en toe in één van mijn eigen ontwerpen. Zelf huur ik een tijdelijk beschikbare oude boerderij vlak bij Deventer. Ook pionieren, maar dan op een ander vlak. Ik heb het huis bijvoorbeeld bewoonbaar gemaakt door middel van houtkachels.”

#Als er één huis op deze wereld is dat je mag uitkiezen om te wonen. Welk huis kies je?

“Moeilijk. Er is een huis dat ‘happy cheap house’ heet. Dat vind ik de juiste ambitie! Zeer basic materialen, maar met een verrassend en ruimtelijk interieur en een vorm die zich passend in de situatie nestelt. Maar het is een Zweeds huis, dus volgens mij kan-ie nog wel goedkoper!”

#Wat is de doelgroep?

Het kleine huis kan een uitkomst zijn voor jonge mensen die alleen wonen of voor mensen die bijvoorbeeld reislustig zijn. Grotere modellen kunnen ook voor kleine gezinnen of juist ouderen die milieubewust en compact willen leven een interessante optie vormen. Een paar huizen bij elkaar vormen daarbij mogelijk ook een interessante sociale opzet.”

#Waar kunnen wij de tiny homes verwachten? Zullen wij ze ook in parken van de steden tegenkomen?

“Ja, op tijdelijke locaties bijvoorbeeld. De Nederlander verhuist gemiddeld elke zeven jaar. Er zijn ook in de grote steden tal van plekken die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer die al voor een dergelijke periode braak liggen. Een enorme potentie dus.”

#De prijzen van huizen in steden zoals Amsterdam, Haarlem, Utrecht en Rotterdam stijgen. Hoe zie jij de toekomst van wonen (in steden)?

“Mensen zullen kleiner en flexibeler willen wonen, maar in een perfecte pasvorm, in plaats van in een ‘one size fits all‘ oplossing. Daarnaast denk ik dat, onder andere gekatalyseerd door het internet, meer en meer mensen zichzelf weten te organiseren. Deze nieuwe organiseer-het-zelf mentaliteit zal ook kansen bieden voor nieuwe manieren van fysieke community-vorming. Combineer dit met meer mogelijkheden om tijdelijk ergens te wonen, nieuwe materiaal- en digitale bewerkingstechnieken (print je eigen huis!) en de steeds verdergaande mogelijkheden om betaalbaar zelfvoorzienend te leven, en wie weet staan we wel aan het begin van- en revolutie van stadspioniers.”

#Het eerste resultaat is nu hier, wat biedt de (gouden) toekomst jou?

“De komende jaren hoop ik mensen die zich nu binnen een one-size-fits-all oplossing gedwongen voelen te laten zien dat het wél mogelijk is om te leven volgens de persoonlijke behoeften en voorkeuren, zelfs met een bescheiden inkomen. Dat vraagt innovatieve bouwoplossingen, creativiteit en moed op organisatorisch niveau.”

#Heb jij nog tips voor andere (beginnende) ontwerpers en architecten?

“Kort docht kracht, blijf pionieren!”

Reageer op artikel:
Een gesprek met architect Daniel Venneman, het creatieve brein achter Tiny Houses
Sluiten