Hoe Google steden met Big Data verbetert

Google is tegenwoordig een echte technologische duizendpoot, die overloopt van de goede (en minder goede) ideeën. Veel Amerikaanse steden hebben enorme verkeersproblemen en files. Sidewalk Labs probeert ze te helpen met ‘big data‘. Hoe werkt dat?

Verstopte wegen

In Nederland zijn files superirritant, maar de gevolgen blijven meestal wel te overzien. In sommige Amerikaanse steden staat het verkeer zó vast dat de auto helemaal geen optie is als je ergens op tijd moet zijn. In uitgestrekte steden worden inwoners eigenlijk gedwongen om dicht bij huis werk te zoeken. Verhuizen is niet altijd een optie, dus als je in een arme wijk woont, kom je daar erg moeilijk uit!

Veel wegen en metrosystemen zijn simpelweg niet ontworpen voor zó veel verkeer. Daniel Doctoroff, van Googles Sidewalk Labs, werkte samen met zeven steden, om oplossingen te zoeken. Het project Flow wil reizigersdata verzamelen, en inzichtelijk maken voor gemeentes.

Steden willen Big Data

De deelnemende steden merkten op dat reisdata enorm belangrijk is om het openbaar vervoer af te stemmen. Grote Amerikaanse gemeenten werken aan een systeem dat lijkt op onze OV-chipkaart. Zo’n kaart is goed voor alle reisopties (trein, metro, bus of taxi) in de gemeente. Volgens Doctoroff is investeren in openbaar vervoer één van de belangrijkste speerpunten.

De data is nodig om te bepalen welk vervoermiddel wáár wordt ingezet. Onderzoek uit 2011 toonde aan dat forensen met een reistijd van 90 minuten maar 30 procent van de stad konden bereiken. In Nederland kun je in anderhalf van Utrecht naar Amsterdam, even koffie drinken en weer naar huis. Zo serieus is het probleem daar dus!

Go with the Flow

Omdat het werk doorgaans ver weg is, hebben veel Amerikanen een vervoersprobleem. Barkeepers, of medisch personeel dat lastige diensten draait, kunnen niet rekenen op het OV. De kosten voor een gemeente zijn gewoon te hoog om ‘s nachts elk kwartier een bus te laten rijden. Volgens Doctoroff kan een stad deze inwoners een vergoeding geven om een goedkope taxi of Uber te nemen.

Parkeren is in grote steden ook lastig. Ruimte is schaars, en voor je het weet rijd je een half uur rondjes voor je je wagen op een (duur) plekje neer kunt zetten. In San Francisco en Seattle worden parkeertarieven daarom dynamisch aangepast. Op drukke tijden betaal je meer! Het extra geld wordt in het tram- of metrosysteem gestopt.

Door middel van Flow kunnen steden informatie uitwisselen, en in real-time checken waar bottlenecks in de infratructuur zitten. Dat betekent niet dat deze steden ook allemaal dezelfde aanpak hoeven te kiezen. Alle info kan ze wel helpen om een oplossing op maat te bedenken.

Grappig om te zien dat Nederland qua aanpak dus voor lijkt te lopen op de Verenigde Staten. We hebben het ook iets makkelijker, omdat we natuurlijk een klein landje zijn. Atlanta alleen al is qua oppervlakte de helft van Nederland!

Reageer op artikel:
Hoe Google steden met Big Data verbetert
Sluiten