Youngsters // Maak kennis met Harper Reed, het brein achter Obama’s ‘Yes we can!’

Welkom bij onze rubriek Youngsters. We schrijven elke week over de meest inspirerende en ondernemende Youngsters die van onschatbare waarde zijn – of al zijn geweest – in de geschiedenis van internet. Deze week is Harper Reed, ex-campagneleider van Obama aan de beurt.

Harper Reed

‘Yes we can!’ Misschien wel de meest geraffineerde campagne ooit. Obama kreeg de credit, maar het brein was de zelfbenoemd “hipster mastermind” Harper Reed, die camping CTO werd in 2012. Van ‘Yes we can’ naar ‘Yes we code’ dus.

Social media stond in 2008 nog in de kinderschoenen, maar in 2012 waren Facebook, Twitter en Instagram al zodanig met ons verenigd dat het duidelijk was dat je daarmee miljoenen mensen kunt tracken en mobiliseren. Harper Reed werd aan boord gehaald van het Obama-schip om de software te ontwikkelen die tussen het campagne-team en de miljoenen pro-Obama kiezers kon communiceren. Reed componeerde een team van veertig programmeurs, die hij weg haalde uit de Vallei van de toekomst: Sillicon Valley. Giganten uit de miljardenbedrijven Google, Facebook en Twitter stapten over naar het nog prille team van Reed.

Die software die hij ontwikkelde wordt API genoemd. De afkorting van Application Programming Interface en hield voor de Obama campagne in dat alle apps die het team bouwde onderling met elkaar konden communiceren. Het grote voordeel hiervan was dat er enorm veel data kon worden verzameld. Alle volgers en online vrienden van Obama die bijvoorbeeld de app op Facebook gebruikten, gaven bij het aanmelden toestemming tot inzage in de vriendenlijst en adresgegevens op Facebook. Ook kon je aangeven of je gestemd had. Dit hield in dat er een databestand ontstond van pro-Obama kiezers waarvan bekend was wie hun vrienden zijn en waar ze wonen, en dus ook wanneer het tijd is voor deze mensen om te stemmen. Door allerlei algoritmes los te laten op deze big data werden eigenlijk allemaal mini-campagnes ontwikkeld, compleet op maat gemaakt voor de individuele kiezer.

Hoe dat werkt? Heel simpel. Jouw oude studievriend John die inmiddels in een anders staat woont, maar wel nog steeds contact met je onderhoudt op Facebook, heeft net als jij de Facebookpagina van Obama geliked. Uit de big data poel wordt vervolgens een bericht voor jou op maat gemaakt. Zodra de verkiezingen er aankomen krijg jij een mailtje in je inbox waarin staat dat je kunt gaan stemmen en dat je goede vriend John al naar de stembus is geweest.

Harper Reed reageerde op Twitter: “In Duitsland bijvoorbeeld zou ‘t niet kunnen, maar de meeste gebruikers interesseert privacy niet.” Een scherp voorbeeld van een staaltje privacyschending. Maar dat neemt niet weg dat big data hot is. Misschien wel een hype.

Big data belooft een revolutie in informatietechnologie vergelijkbaar met de introductie van het internet. Een 1 met 18 nullen, zoveel data komen er iedere dag bij in de wereld. En de mens zelf is met zijn smartphone en webbezoek een wandelende datafabriek geworden. Big data duidt op de ontwikkeling waarin we steeds beter in staat zijn om van die ongeconstrueerde berg informatie daadwerkelijk chocola te maken. De hoeveelheid data, de computersnelheid die nodig is om gegevens te verwerken of de vorm waarin ze verwerkt worden; door de ontwikkeling van de technologie lijken er haast geen belemmeringen meer.

Harper Reed is hét symbool van de opkomst. Helaas weet hij dat zelf ook getuige de titel van zijn website ‘probably one of thé coolest guys ever’. Dat is dan weer een beetje jammer.

Reageer op artikel:
Youngsters // Maak kennis met Harper Reed, het brein achter Obama’s ‘Yes we can!’
Sluiten