Het enige onderdeel van je smartwatch dat nog iets over jou zegt
Het interessante is niet dat het mislukte. Het interessante is wat er overbleef. De kast van een smartwatch is sindsdien een commodity geworden, zwart of grijs, rond of rechthoekig, op honderd miljoen polsen hetzelfde. Wat nog iets over de drager zegt, is het bandje. En laat dat nou het onderdeel zijn dat de meeste mannen nooit aanraken.
Wat uit de doos komt, is een keuze die je niet hebt gemaakt
Kijk in een treincoupé. Negen van de tien smartwatches dragen het zwarte rubberen bandje uit de doos. Niet omdat het mooi is, maar omdat het erom zat. Dat is het horloge-equivalent van de standaardachtergrond op je telefoon vier jaar lang laten staan. Het kan, het is alleen jammer.
Een smartwatch is het enige stuk techniek dat je zichtbaar draagt. Je laptop zit in een tas, je telefoon in een zak, je oordopjes in een oor. Het horloge zit boven je manchet, in elke handdruk en op elke foto. En juist daar laat je de fabriek beslissen.
Het is bovendien het enige onderdeel dat je in tien seconden verwisselt, zonder gereedschap en zonder verlies. Ik heb smartwatchbandjes van staal tot siliconen in een la liggen en wissel ze vaker dan ik van sokken wissel. Staal naar de begrafenis van een oom, siliconen naar de sportschool, geweven nylon op een dag dat het 28 graden wordt. Hetzelfde horloge, drie verschillende objecten.
Materiaal is geen smaak maar gereedschap
Het bandje is de plek waar de smartwatch het lichaam raakt, dus het materiaal doet meer dan er goed uitzien. Rubber en siliconen zijn afwasbaar en houden zweet vast, wat je wilt tijdens het sporten en niet wat je wilt in een vergadering van drie uur. Nylon droogt sneller en ademt, maar wordt na een zomer een beetje grauw. Leer ziet er na een jaar beter uit dan op dag één, mits je er niet mee zwemt. Staal is zwaar genoeg om te voelen dat je iets draagt, en dat is voor veel mannen het gevoel dat ze bij een horloge missen sinds ze een smartwatch hebben.
Dat laatste is het punt. De klacht dat een smartwatch geen echt horloge is, gaat zelden over de software. Hij gaat over het bandje. Een rubberen band met een pinnetje voelt als een fitnesstracker. Een stalen schakelband met vlindersluiting voelt als een horloge, ook als er een scherm op zit. Wie zijn smartwatch al twee jaar lang wat goedkoop vindt aanvoelen, moet eens beginnen bij de kant die niet oplicht.
Waarom goud nu wél kan
En dan het gouden bandje, want dat wordt ineens weer veel gedragen. Er zit een ironie in die ik niet wil laten liggen. Apple wilde in 2015 zeventienduizend dollar voor goud. Nu kost een goudkleurig Apple Watch bandje een paar tientjes, en op een zwarte of grafietkleurige kast ziet het er beter uit dan de gouden Edition ooit deed. Het contrast doet het werk. Een gouden kast met een gouden band is een sieraad, een zwarte kast met een gouden schakelband is een horloge dat iemand met aandacht heeft samengesteld.
Goud op een man is snel te veel, hoor ik dan. Dat klopt voor een gouden ketting, een gouden ring en een gouden horloge tegelijk. Voor één bandje om een matzwarte kast geldt het niet, en het is de snelste manier om van een gadget iets te maken dat op een polo past.
Twee praktische dingen voordat je bestelt. De maat van je kast bepaalt welk bandje past, en Apple heeft de maten in de loop der jaren verschoven, dus check het getal op de achterkant van je horloge en niet je geheugen. En koop niet één bandje maar twee. Het tweede is altijd het bandje dat je het meest draagt.